fbpx

De joodse godsdienstfilosoof Martin Buber legt het accent op de zogenaamde tussenruimte in ontmoetingen: ‘Onze relatie leeft in de ruimte tussen ons, in de ruimte die we samen leven’. Hij noemt deze ruimte de Heilige Ruimte. Als we geen weet hebben van die ruimte en geen weet hebben van het nemen van verantwoordelijkheid voor die ruimte, dan gaan we die ruimte vervuilen.

Hoe vervuil je de ruimte tussen jou en de ander? Door frustraties en andere gevoelens (pijn, ontevredenheid, verdriet, boosheid) tussen jou en de ander in te leggen of sterker nog, de ander er verantwoordelijk voor te maken: ‘ik voel me zo, omdat jij…………………………..’.

Als een heftig gevoel langer duurt dan 15 seconden is het in de meeste gevallen verbonden met oude onvervulde behoeften. Onvervulde behoeften uit je kindertijd kunnen zijn: erkenning, gezien worden, serieus genomen worden, begrip, autonomie, jezelf mogen zijn.

Als je gevoelens in het huidige moment verbonden zijn met oude onvervulde behoeften, kun je de ander niet meer echt zien. Er is als het ware een oud plaatje over die persoon geschoven. Een plaatje van je vader, moeder of iemand anders waar je in je kindertijd mee te maken had.

Je ontneemt jezelf hiermee tegelijk de kans dat de ander jou echt ziet. Je vraagt aandacht op een manier die het voor de ander moeilijk maakt om te geven. Ook bij hem of haar schuift er dan een plaatje voor van iemand uit zijn of haar verleden. En zo vecht je tegen elkaars pijn.

De ruimte wordt vervuild.

Je gaat je op den duur allebei ongemakkelijk voelen in die ruimte en uiteindelijk wordt de ruimte gevaarlijk en reageer je op het gevaar in de ruimte. Er wordt geschreeuwd, gemanipuleerd, gevochten, geoordeeld of er valt een enorme stilte. Jullie trekken je allebei terug uit het contact.

Je gaat de ander als een last ervaren.

Het herkennen en erkennen van je behoeften is dus van wezenlijk belang voor die Heilige Ruimte tussen jou en de ander. Bewustzijn van een behoefte geeft haar tegelijk de ruimte om te bestaan. Een deel van jou krijgt dan de mogelijkheid om te bestaan.

Het is niet altijd mogelijk om al je behoeften te vervullen. Je kunt de tijdelijke onmogelijkheid om een behoefte te vervullen: accepteren, leven inblazen en er vervolgens over rouwen. Behoeften willen liever erkend dan bevredigd worden.

Verdring je behoeften niet door te zeggen: ‘ik heb nu geen tijd of dat gaat me toch niet lukken of wie zit er nu op mij te wachten’. Ook zinnetjes als ‘stel je niet aan’ of ‘kijk naar wat je allemaal wel hebt…’ helpen niet mee om je leven te verrijken.

Als we onze behoeften geen bestaansrecht geven en ze verdringen, slepen we een dood stukje van onszelf mee, waarover we niet hebben gerouwd. We hebben onze behoeften immers ook niet laten leven? Het deel dat we voor dood hebben achtergelaten drukt met al zijn gewicht op onze levende delen en schaadt onze levenslust.

Je krijgt levenskracht als je al je behoeften toestaat om te bestaan!

Onze kinderen groeien op in de ruimte tussen ons. De ruimte tussen twee partners, is de speelruimte van hun kinderen. Als wij als ouders, docenten, volwassenen die ruimte schoonhouden, en onze pijn niet projecteren, kunnen kinderen bloeien. Als kinderen kunnen bloeien, heelt de wereld.

Ik heb een heel mooi traject ontwikkeld van 12 weken om jou een stuk op weg te helpen om je behoeften te (h)erkennen en te vervullen.

Meer info op: https://www.sonjazwart.nl/bewustzijns-gesprekken/